maandag 22 oktober 2007

OPENING EXPOSITIE DIDAM
















ODE AAN DE TAAL EN BEELD

ODE AAN DE TAAL EN HET BEELD:

‘Waar kan ik heen als de stinkende dik koppige breed bek-kige blinde fanaten mijn handen aan flarden schieten , zodat mijn pennen en penselen verloren gehavend in een dor muf geslagen doodlopend armoedig steegje achterblijft?
Waar moeten al mijn dierbare duizenden woorden en beelden gaan wonen als er geen plek meer is?
Ze blijven immers onwillekeurig zingend aan de wand van mijn schedel kloppen en roepen fluisterend om ordening in de chaos van weleer.

Ook de rood getinte of donkere zwarte woorden en beelden kloppen aan de poort waarvan de sleutel is opgegeten door de tijd, die zichzelf krakend dicht kan laten vallen via zijn goed geoliede scharnieren.
Ik hoef alleen nog luchtig te leunen zodat de dikke deur zich gapend zonder worstelen piepend opent,
me als een glimmende chocolade prinses binnenlaat, me vervolgens glazen muiltjes aan biedt en natuurlijk voor mijn komst boze stiefmoeders in kelders heeft geduwd en weldra mijn rode lustige mond verse sappige druiven voedt.
Hele volle trossen hangen verlangend naar beten, boven mijn schone sprankelende hoofd met zoete sappen die als warme stroperige honing over mijn kin glijden en tussen mijn vragende naar orchideeën ruikende borsten hun weg naar beneden eten.
Ondertussen wreken de ginnegappende boze achtergebleven gekwetste woorden zich een snijdende weg langs toppen van bergen en diepe dalen met joekels van ravijnen waar je u tegen zegt, daar ik niet bang ben haar te ontwroeten in beeld of taal.
Die zijn ingekapselde vrijheden in roffelend ritmes via eigen gekozen composities zichzelf durven te laten zien.
Waar de hitte van de zon op haar hurken kan zitten en sabbelend aan mijn opgewonden delen de pauze mag vullen wat leven heet.
We zuigen onze longen vol in opgeblazen borstkassen die trouw blijven op en neer gaan tot de dood ons achter volgend in haalt.
Zoals Jan Wolkers net overkwam.




Dan stopt de beweging.
Stopt mijn gemoed
Stopt mijn verlangen
Stopt alles zoet.
Voorbij de stilte.
Voorbij alles……..
Huilend, wenend, knagend staan de beelden trappelend aan de poort om over te springen naar een ander hoofd, die ook de ruimte van het braakliggende terrein van het vrije schone altijd onschuldige genaakbare woord of beeld bezit.
De taal van het schrijven….
De taal van het uit beelden…..
De taal van de klanken, is immers onvergelijkbaar met de taal van het spreken.
Alleen dezelfde letters mag je stelen.
De taal van het uit beelden woont in een andere dimensie en wringt zich licht schikkend en constant zingend (Lucebert) naar buiten bij het aanraken van het papier of doek dat geduldig wacht tot ze op den duur een aangesloten wereld vormt.
De wereld van het zijn.
De wereld waar de leugen geen plek vindt en de kern gekoesterd weelderig en eeuwig rond tiert.
Toen
Nu
Straks…….





MIJN
SPEECHE

21 OKT.2007
DIDAM

vrijdag 19 oktober 2007

zaterdag 13 oktober 2007

dinsdag 2 oktober 2007

BEDORVEN GELUID


Ik zoek naar de horizon van mijn leven
Naar de schaduw die soms te donker wordt
En me opsluit in nauwe kelders
Zonder luiken die weigeren om naar licht te ruiken,
alles versneden voor me ligt te krioelen
zonder poging tot geluid.

Als alles zijn gezicht laat zien
zonder smetten met de sporen
heel kien haar staart wel degelijk
laten kruipen en gedachteloos pletten
en dan zeggen dat ze naar parfum ruikt.

Kom schudt nu de gebarsten protesterende
modder van mijn lijdende schaduw
en geef me onbarmhartig
een stralende nieuwe huid.

Van binnen ben ik immers
als herboren opnieuw een vreemde ,
ach wat maakt het uit,
Een die sprankelend is
en vooruit kruipt,
haar parels weggeeft
als zijnde een verloren buit,

In plaats van tranen zonder echo
of andere hindernis schaduw
van goud geluid
die zich over mij ontfermen
alsof men van mij houdt……